
De Milieukostenindicator (MKI) als Gunningscriterium beloont duurzaamheid. Tenminste, als het goed is, want we zien dat het nog vaak verkeerd gaat. Onbedoeld worden de verkeerde dingen beloond, de scope is onduidelijk, of de administratieve last is te groot. Dat brengt risico’s met zich mee voor de Opdrachtgever in zowel de aanbesteding als de contractfase daarna.
Een belangrijke oorzaak is dat MKI voor projectleiders bij opdrachtgevende partijen nog steeds een abstract begrip is. Het resultaat is vaak een getal, terwijl juist de keuzes achter dat getal interessant zijn. Daarom vinden wij het belangrijk om inzichtelijk te maken welke maatregelen daadwerkelijk invloed hebben op de score. Zodra projectteams begrijpen waar de grootste impact zit, ontstaat een veel beter gesprek over duurzaamheid.
In dit artikel laten wij zien hoe een referentieberekening kan worden ingezet om duurzaamheid tastbaar te maken. Hiervoor gebruiken wij een fictief wegenbouwproject als voorbeeld. Daarbij gaan we in op onderscheidend vermogen, risicobeheersing en scopebepaling.
Een effectieve manier om inzicht te krijgen in de impact van keuzes, is het opstellen van een referentieberekening. De MKI-berekening heeft dezelfde opzet als een kostenraming. Dezelfde posten en hoeveelheden die worden gebruikt voor het prijsdeel van de aanbesteding, vormen ook de basis voor de MKI-berekening. Voor de ‘eenheidsprijzen’ worden vervolgens generieke, merk-onafhankelijke data als referentie gebruikt.
De rekenregels zijn gelijk aan die voor de uiteindelijke inschrijvingen. Denk hierbij aan de geldende versie van de Nationale Milieudatabase, de Bepalingsmethode en de gehanteerde levensduren. Deze uitgangspunten worden vastgelegd in de vraagspecificatie.
Het grote voordeel van deze aanpak is dat snel zichtbaar wordt welke onderdelen de grootste bijdrage leveren aan de totale MKI-score. In ons fictieve wegenbouwproject bleek bijvoorbeeld dat de post Deklaag AC Surf een dominante factor was. Door vervolgens in te zoomen op de verschillende fases werd duidelijk waar de grootste impact ontstaat.

Uit de analyse blijkt dat vooral de productiefase van het asfalt bepalend is voor de score. Daarnaast vertegenwoordigt het materiaal aan het einde van de levensduur nog waarde door recycling. Het gaat hier dus voornamelijk om een materiaalgedreven project, waarbij transport en machine-inzet een relatief beperkte bijdrage leveren.
Nu wordt het interessant. Welke mogelijkheden heeft een inschrijvende partij om zich te onderscheiden? Onderstaande punten kunnen worden besproken met de technisch adviseur.
Materiaalkeuzes: Mag de inschrijver nog kiezen tussen verschillende materiaalsoorten zoals beton, staal of kunststof?
Ontwerpoptimalisatie: Heeft de inschrijver ontwerpvrijheid of liggen de aan te bieden hoeveelheden vast?
Materiaalproductie:Kan een materiaal duurzamer worden geproduceerd? In dit voorbeeld bijvoorbeeld door een ander soort bitumen of meer recyclaat (PR) toe te passen.

Machine-inzet: Machine-inzet wordt ook vaak genoemd als duurzame maatregel. Het gebruik van biobrandstoffen of emissieloos materieel kan zeker bijdragen. Tegelijkertijd laat de referentieberekening zien dat de impact van materieel relatief beperkt is ten opzichte van materiaalgebruik. In dit geval is het minder waarschijnlijk dat hier het grootste onderscheidend vermogen zit.
Wanneer de benoemde kansen te ver doorslaan, kan dit risico’s met zich meebrengen. Dit hoeft niet direct een showstopper te zijn, maar verdient wel aandacht.
Een voorbeeld is het reduceren van de hoeveelheid bitumen in asfalt. Dat kan gunstig uitpakken voor de MKI-score, maar mogelijk ook gevolgen hebben voor de levensduur van het materiaal. In zulke situaties kan een aanvullende kwaliteitseis of keuring uitkomst bieden.
Ook de inzet van zero-emissiematerieel vraagt om aandacht. Wanneer er geen geschikte laadinfrastructuur aanwezig is, kunnen de uitvoeringskosten oplopen. Een opdrachtgever kan hier mogelijk een faciliterende rol in spelen. Door deze afwegingen vroegtijdig inzichtelijk te maken, ontstaat een realistischer en beter beheersbaar aanbestedingsproces.
Met inzicht in kansen en risico’s kan vervolgens de scope van de MKI-berekening worden vastgesteld. Een duidelijke scope voorkomt discussies tijdens de aanbesteding én tijdens de uitvoering.
Volledige scope of een selectie: In veel contracten wordt gekozen voor een volledige scope. Om de administratieve last te beperken, kan het echter verstandig zijn om alleen die onderdelen op te nemen die verantwoordelijk zijn voor ongeveer 80 tot 90 procent van de totale MKI-score.
Vrijkomende materialen: Een andere afweging betreft vrijkomende materialen. Worden deze onderdeel van de beoordeling of niet? In het voorbeeld van het wegenbouwproject gaat het dan bijvoorbeeld om gefreesd asfaltgranulaat. Belangrijk is daarbij dat een inschrijver daadwerkelijk mogelijkheden heeft om zich hierop te onderscheiden.
Levensfasen: Binnen de MKI worden productie, transport, bouw, onderhoud en sloop standaard meegenomen. Wanneer een opdrachtgever scherp voor ogen heeft welke maatregelen hij wel of juist niet wil stimuleren, kan ervoor worden gekozen bepaalde levensfasen buiten beschouwing te laten.
Onze ervaring is dat een referentieberekening veel meer doet dan alleen een score opleveren. Het helpt projectteams om te begrijpen waar de milieuwinst daadwerkelijk zit en zorgt ervoor dat duurzaamheid concreet wordt gemaakt. Tegelijkertijd dwingt deze aanpak duurzaamheidsadviseurs om meer de taal van projectteamleden te spreken. Zo ontstaat een helder beeld van de kansen, hoe deze kunnen worden benut en welke risico’s daarbij horen.
Uiteindelijk zou het gesprek niet moeten gaan over een ingewikkelde berekening, maar over de maatregelen die daadwerkelijk impact maken. Een goede referentieberekening helpt daarbij als een praktische praatplaat. Door inzichtelijk te maken welke keuzes invloed hebben op de MKI-score, ontstaan betere gesprekken, realistische afwegingen en uiteindelijk duurzamere projecten.
Bij FutureMinded zien wij de referentieberekening daarom niet als doel op zich, maar als middel om duurzaamheid concreet en beheersbaar te maken. Want hoe beter zichtbaar wordt welke keuzes verschil maken, hoe groter de kans op effectieve maatregelen, zinvolle oplossingen en een eerlijke, toekomstbestendige aanbesteding.
Benieuwd hoe een referentieberekening kan bijdragen aan jouw aanbesteding of project? Wij denken graag mee over de juiste scope, het onderscheidend vermogen en een praktische toepassing van MKI in de vorm van een MKI-quickscan. Neem gerust contact met ons op voor een kennismaking of een inhoudelijk gesprek.
Ben
Hoe de CO₂ prestatieladder verandert van verplichting naar waardevol projectinstrument Veel projectteams zien de CO₂ […]
Per medio 2026 wordt CO₂-Prestatieladder 4.0 ingevoerd. Voor aannemers in de GWW-sector betekent dit een […]
Met zijn komst zetten we een belangrijke stap in de verdere ontwikkeling en professionalisering van […]